Tot de collectie van het Fries Scheepvaart Museum behoort een grote verzameling zeemanssouvenirs. Friese zeelieden, die vooral actief waren in de kustvaart, namen voor hun geliefden thuis meestal enkele prachtige souvenirs mee. In Engeland kochten ze vaak souvenirs van aardewerk. Zeer geliefd waren de keramische beeldjes van honden, die in Staffordshire werden geproduceerd. Bemanning van de Hegemer palingaken die op Londen voeren namen ze mee, maar ook Harlinger zeelieden, die zuivel exporteerden naar Engeland. Noordfriese vissers, die op de Waddenzee weinig meer vingen en daarom voeren op Vlaardingse loggers, namen de hondenbeeldjes mee van de Shetlandeilanden. Zo zijn ze bij honderden terecht gekomen in Friese interieurs. "Hoerenhondjes" worden ze ook wel genoemd, omdat de stand van de honden, die voor het raam werden neergezet, de beschikbaarheid van de dames van lichte zeden aan zou geven. Een mooi verhaal, maar of al die hondenbeeldjes allemaal op deze manier hebben gefunctioneerd, is maar zeer de vraag. Duidelijk is wel dat de beeldjes zeer geliefd waren. Bij veel zeelieden en schippers stonden ze op de schoorsteenmantel of in de roef. De wat kitscherige hondenbeeldjes inspireerden kunstenares Eline Janssens tot het maken van nieuwe hondenbeelden. Ze liet ze beschilderen door collega-kunstenaars en door Friese ambachtslieden en volkskunstenaars. Ook zijn er honderden kartonnen hondjes naar scholen gegaan, waar ze met veel fantasie door kinderen zijn versierd. Zelfs de expositiekasten in de tentoonstellingsruimte zijn van karton gemaakt; helemaal in stijl naar een cartoonachtig ontwerp van Eline Janssens. 

De titel van de tentoonstelling is ontleend aan een gedicht van Michel van der Plas. Daarin staan niet alleen twee honden centraal, maar ook het verlangen om samen te spelen. Als souvenirs fungeerden de honden immers als aandenken aan een geliefde, die ver weg was. Een lot dat nu eenmaal hoorde bij het zeemansbestaan.

Ik zit mij voor het vensterglas
onnoemelijk te vervelen
Ik wou dat ik twee hondjes was, 
dan kon ik samen spelen.

(Michel van der Plas, gebaseerd op enkele strofen uit een gedicht van Friedrich Torberg)

Vanaf zaterdag 1 oktober is in het Fries Scheepvaart Museum een tentoonstelling te zien van het werk van leden van de Nederlandse Vereniging van Zeeschilders (NVZ). Het bijzondere is dat er niet alleen schilderijen te zien zijn, maar ook beeldbouwwerken en keramiek.

Sinds de oprichting in het begin van de jaren 50 van de vorige eeuw heeft de NVZ een keur van maritiem werkende kunstenaars in haar ledenbestand. Aanvankelijk bestond er een sterke band met de Koninklijke Marine. Kunstenaars voeren zelf mee op de nieuwe oorlogsschepen uit die tijd om beeldend verslag te doen van hun ervaringen. Gedurende de jaren 60 en 70 vond er een geleidelijke omslag plaats en drongen denkbeeldige en ambachtelijke vernieuwingen door. Die waren de aanzet tot een vereniging die, binnen de maritieme thematiek, artistieke vrijheid op de voorgrond zet. In de beginjaren was de NVZ een typisch mannenbolwerk, maar ook dat veranderde gelukkig in de loop van de jaren. Nu is het een gemengd gezelschap met evenveel mannen als vrouwen.

De gebruikte technieken lopen uiteen van het schilderen in olieverf tot het werken met een inktjetprinter. De liefde voor de zee is wel altijd het bindend element tussen de leden van de vereniging. De tentoonstelling in het Fries Scheepvaart Museum laat werk zien van Winnifred Bastian, Sonja Brussen, Frans Buissink, Ingrid Dingjan, Edwin Grissen, Annet Hiltermann, Geer Huybers, Leentje Linders, Piet Lont, Edith Madou, Peter de Rijcke, Ellen van Toor, Rein de Vries, Ludo van Well en Coob Zeeman.

De tentoonstelling is te zien vanaf 1 oktober 2016 - 8 januari 2017.

Tentoonstelling NVZ 01

In deze fototentoonstelling wordt aandacht besteed aan het gelijknamige trainingscentrum van de Koninklijke Watersportvereniging Sneek (KWS). Dit trainingscentrum ligt aan de noordzijde van het Starteiland in de Snitser Mar en fungeert als accommodatie voor wedstrijdzeilen en zeilwedstrijdtrainingen. Het centrum is voor iedereen toegankelijk; voor jeugd, volwassenen en voor sporters met een beperking. Ook scholen maken van het trainingscentrum gebruik. 

De Roerkoning biedt alle voorzieningen die de zeilers zich maar kunnen wensen. Zo zijn er uitgebreide kleedruimtes, douche- en toiletvoorzieningen, drie instructieruimtes, een groepsruimte, een EHBO-ruimte en een groot dakterras met een schitterend uitzicht over de Snitser Mar. Er is zelfs een slaapaccommodatie voor 32 personen. De Roerkoning voldoet aan de eisen van de NOC*NSF voor sportaccommodaties en heeft de status Regionaal Hoofdsteunpunt Noord voor de provincie Friesland van het Koninklijk Nederlands Watersport Verbond. 

De fototentoonstelling biedt een kijkje in het dagelijks functioneren van deze broedplaats van zeiltalent.

De tentoonstelling is te zien van 2 juli - 18 september 2016.

De Klassieke Academie organiseert al een paar jaar tentoonstellingen in musea en galerieën in het Noorden van ons land. In 2016 bestaat de academie al weer 10 jaar en dat wordt gevierd met een kunstroute langs 20 expositielocaties in Friesland, Groningen en Drenthe. Ons museum is één van deze locaties. De schilderijen die in ons museum te zien zijn, zullen een figuratief en maritiem karakter hebben. Hoewel de precieze invulling nog niet bekend is, komen er wel vrijwel zeker werken te hangen van Gert Jan Veenstra, Titia Beukema en Gert Jan Slotboom. 

De Klassieke Salon is te zien van 23 april tot 19 juni 2016

Een werk van Gert Jan Veenstra

Anne Frederiks Hoekstra (1876 - 1947) was architect in Sneek. Hij maakte ontwerpen voor woningen, fabrieken en scholen. Sommige ontwerpen waren spraakmakend. De boerderij Wigledam bijvoorbeeld, die hij ontwierp naar Amerikaans voorbeeld. Hoekstra's achterkleindochter Nynke Rixt Jukema is ook architect. Sinds 2006 heeft ze haar eigen bureau. Tijdens de crisis in de bouw lagen de opdrachten voor haar niet voor het oprapen. Door maatschappelijk actief te zijn, wist ze via omwegen toch opdrachten binnen te halen. Zo is Nynke Rixt Jukema erg actief in de organisatie van de Culturele Hoofdstad 2018. Ze is leider van het programma Feel the Night, dat er op gericht is van Friesland weer een provincie te maken waar duisternis nog ervaren kan worden.

Boerderij Wigledam, ontworpen door A.F. Hoekstra naar Amerikaans voorbeeld

De overeenkomsten en verschillen tussen beide architecten worden getoond in twee 'paviljoens'. Het ene bevat een overzicht van het architectenleven van Hoekstra: tekeningen, gereedschappen en maquettes (gemaakt door leerlingen van het Bogerman Technasium). Het andere geeft een beeld van de nog prille en zoekende carrière van Nynke Rixt Jukema.

De tentoonstelling is te zien van 30 januari tot 3 april 2016.

Speeltoestel in Aqua Zoo Leeuwarden, ontworpen door Nynke Rixt Jukema

 

In de eerste helft van de twintigste eeuw werd veel speelgoed van blik gemaakt. Naast treintjes en auto's werden ook schepen gemaakt van blik. Vaak hadden ze een opwindmechanisme, waardoor de scheepjes ook konden "varen". Er zijn eenvoudige modellen van blik gemaakt, maar er waren ook hele grote en dure speelgoedschepen. In onze tentoonstelling tonen we de verzameling van de Sneker verzamelaar Louis Diekstra. Zijn vloot is aangevuld met scheepjes uit museale collecties. Te zien zijn scheepjes van bekende fabrikanten als Märklin, Sutcliffe en Fleischman. De bonte vloot van blikken scheepjes is niet alleen prachtig om te zien, zij biedt ook een verrassende kijk op het verleden. Elk scheepje vertelt zijn eigen verhaal, van trends in de speelgoedindustrie tot machtsverschuivingen op wereldniveau. Zelfs de Beatles varen voorbij!

De expositie is te zien van 26 september tot 14 november 2015.

     

Twee maritieme schilders staan centraal in deze tentoonstelling. In het dorp Zurich was de schepenschilder Peter Sterkenburg (1955 - 2000) actief. Zijn schilderijen doen denken aan monumentale zeestukken uit de zeventiende en achttiende eeuw. Soms beeldde hij oude schepen af, maar ook de moderne scheepvaart werd door Sterkenburg vastgelegd op zijn schilderijen. Zijn werk werd internationaal, vooral ook in Aziatische landen, hoog gewaardeerd.
Een andere schepenschilder is C.A. de Vries. Hij schilderde vooral grote schepen als cruiseschepen, windjammers en schepen van de marine. Hij is daarbij zo precies, dat hij het liefst van tevoren de bouwtekeningen bestudeert om geen detail te missen.

Van beide zeeschilders is werk te zien in deze dubbeltentoonstelling, die wordt gehouden van 28 november 2015 tot 17 januari 2016.

Het Fries Scheepvaart Museum besteedt deze zomer aandacht aan één van de meest belangrijke en bovendien meest ingewikkelde onderdelen van de zeilvaart; de tuigage, kortweg het tuig, ofwel het geheel aan rondhouten (masten, gieken etc.), touwwerk, blokken (katrollen) en zeilen dat nodig is om een schip voort te bewegen op windkracht.

Eeuwenlang is op schepen geprobeerd de windkracht maximaal te benutten. Wanneer iemand besloot het eerste zeil te hijsen is niet te achterhalen. Vermoedelijk bestond dit zeil uit niet meer dan een lap stof of een dierenhuid aan een simpele stok. Vervolgens is de tuigage van zeilschepen steeds aangepast en verbeterd. Pas in de negentiende eeuw luidde de komst van de stoommachine het einde in van de commerciële zeilvaart.

 

In de geschiedenis van de zeilvaart is een enorme variatie aan tuigages ontstaan. Vooral zeegaande schepen werden steeds groter en hun tuigage steeds ingewikkelder. Ronduit spectaculair zijn de grote zeeschepen met hun dwarse tuigages aan twee, drie of vier masten. In de binnenvaart zijn de verschillen subtieler, maar ook daar zijn allerlei verschillende tuigen ontstaan. Het Fries Scheepvaart Museum heeft in zijn collectie voorbeelden van de meest uiteenlopende tuigages. TUIG! toont modellen en afbeeldingen van een simpel razeil op een middeleeuwse kogge tot een laat negentiende-eeuwse driemaster met hulpstoommachine.

Zeilmaker, mastmaker, blokmaker en touwslager
De tuigen veranderden, maar de onderdelen bleven grotendeels gelijk. Nog steeds wordt de wind gevangen in zeilen, die worden gehesen aan masten. Om ze te bedienen wordt gebruik gemaakt van blokken en touwwerk. Rond deze onderdelen onstonden eigen ambachten. De zeilmaker, mastmaker, blokmaker en touwslager waren belangrijke toeleveranciers in de scheepvaartindustrie. Ook in Friesland waren deze ambachten goed vertegenwoordigd. Voorbeelden van deze onmisbare ambachten zijn natuurlijk te zien in de expositie TUIG!

Bezoekers kunnen ook zelf aan de slag met de bouwstenen van het tuig. Wat is bijvoorbeeld het effect van blokken in een takel? En kunt u een creatieve knoop maken in een eind touw? Wij dagen u uit!

Deze zomertentoonstelling duurt van 5 juli tot 13 september 

Onze tentoonstellingsruimte is omgebouwd tot een bijzonder waterrijk landschap. Door over een hoge dijk te klimmen, kom je op het strand. Vanaf het strand loop je langzaam de zee in en word je meegezogen in de draaikolk. Deze draaikolk sleept je mee door alle diepten van de zee, totdat je uiteindelijk op de bodem belandt. Gelukkig kun je ontsnappen uit deze draaikolk door een geheime tunnel. Ondertussen stuit je op een scheepswrak. Maar vanaf nu kun je veilig in de strandschuur de draaikolk van een afstand bekijken. 

Voor ieder kind is er een leuk opdrachtenblad op maat. Laat je meesleuren door de draaikolk! Kijk hier voor de openingstijden van het museum.

Zeemanssouvenirs uit de collectie van Albert Flonk van West-Terschelling vormen van 13 september tot en met 30 november de nieuwe tentoonstelling Voor Thuis in het Fries Scheepvaart Museum te Sneek. Het museum ontving in 2013 van hem een omvangrijke schenking van ruim 300 voorwerpen. De zeemanssouvenirs daaruit worden getoond in de expositie. 

Een collage vlindervleugels uit Brazilië

 

In de nieuwe tentoonstelling in het Fries Scheepvaart Museum staan mensen centraal die een persoonlijke band hebben met een modelschip. De tentoonstelling heet dan ook Modelmensen, eigenaars van modelschepen in beeld

Boele Tienstra uit Easterlittens bij zijn zelfgebouwde model van het MS Statendam. Hij werkte zelf vele jaren op dit schip. Er zitten 580 patrijspoorten en 400 ramen in. Het model werd in 2006 gedoopt en is een van de bijna veertig schepen die Tienstra op schaal nabouwde.

 

In 2006 legde de Gasunie een gasleiding door Friesland. Bij archeologisch onderzoek dat vooraf ging aan de graafwerkzaamheden, vond men bij Tirns sporen van een boot, dat werd opgegraven. Nader onderzoek wees uit dat het punterachtige bootje rond 1180 moet zijn gebouwd; veel ouder dan oorspronkelijk werd gedacht. Een unieke vondst, want zoveel middeleeuwse schepen werden er in de Nederlandse bodem niet gevonden. Het is in ieder geval het oudste schip van Friesland.

Willem van Althuis 

In 2012 organiseerden we samen met galerie De Roos van Tudor een succesvolle tentoonstelling schilderijen en etsen van Abe Gerlsma. De keuze uit diens werk was bepaald door het thema wetter (water). De samenwerking smaakte naar meer. Een dergelijke thematische keuze is ook toe te passen op het werk van andere kunstenaars. Galeriehoudster Anita van Os bereidt een selectie voor en samen willen we die graag exposeren in ons museum onder de titel Wetter II. Er zullen onder andere werken te zien zijn van Willem van Althuis, Gerrit Benner, Jan Roos, Robert Zandvliet en Sjoerd de Vries.

Gerrit Benner 

De tentoonstelling is te zien in het Fries Scheepvaart Museum van 9 november 2013 - 2 februari 2014

 

Dit jaar wordt voor de 40ste keer de Strontrace gevaren vanuit Workum. Deze race met historische zeilschepen volgt de route waarlangs eeuwenlang vruchtbare mest van de Friese weiden naar de Hollandse bollenstreek werd gebracht. Tot ver in de twintigste eeuw was dit een heel gewone, zij het wat riekende, vracht.

 

 

Eerde Beulakker aan boord van zijn zeiljacht

Eerde Beulakker (1944), één van Nederlands meest bekende zeezeilers, heeft onlangs zijn geliefde schip verkocht. Talloze artikelen, in de kranten en in de Waterkampioen, en maar liefst zes reisboeken schreef Beulakker over de tochten die hij ermee maakte. Het Fries Scheepvaart Museum neemt u graag mee op enkele van Beulakkers mooiste avonturen: zijn vijf reizen naar de kou.

 

Veerschip de Jan Nieveen

Tussen Friesland en Holland lag de Zuiderzee. De binnenzee vormde een natuurlijke grens, maar was tegelijk ook de verbindende factor tussen de twee gewesten. Want de contacten tussen Holland en Friesland kwamen tot stand door het vervoer over de Zuiderzee. Talloze beurtschepen voeren af en aan, vooral tussen Lemmer en Amsterdam. Beroemd waren de fraaie Lemster beurtmannen. Al in de 19de eeuw werden zeilende beurtschepen vervangen door stoomschepen en nog later door motorschepen. De Lemmerboot Jan Nieveen is wel het meest bekende veerschip op deze lijn.  Het schip voer voor een Groningse rederij. Dat geeft al aan dat Lemmer een groot achterland had: tot aan Groningen toe.

De tentoonstelling is te zien van 15 december 2012 - 31 maart 2013

In 2012 bestaat galerie De Roos van Tudor in Leeuwarden 25 jaar. Om dit 25-jarig bestaan te vieren gaat de galerie op tournee. Het Fries Scheepvaart Museum toont waterrijk werk van Abe Gerlsma, een kunstenaar die vanaf het begin is verbonden aan de galerie.

Abe Gerlsma, Drooggevallen botter op het Wad.

In Sneek is Siebe Johannes ten Cate, zoon van een Sneker burgemeester, vrijwel vergeten. Toch hebben prestigieuze Franse musea als het Musée du Louvre en het Musée Carnavalet werken van zijn hand in de collectie. Het werk van Ten Cate wordt gezocht door verzamelaars en is geliefd bij veilingen. Het is daarom hoog tijd om Siebe Johannes ten Cate ook in zijn geboortestad de aandacht te geven die hij verdient.

Siebe ten Cate.

Bezoekadres:

Kleinzand 16
8601 BH Sneek
T 0515 - 41 40 57

Openingstijden:

Ma. t/m Za. 10:00 - 17:00 uur
Zo. 12:00 - 17:00 uur
 

Postadres:

Postbus 186
8600 AD Sneek

Opening bibliotheek:

Ma., Wo. t/m Vr. 10:00 - 12:30 uur
en 13:00 - 16:30 uur
Dinsdagen gesloten